Voor gemeenten en de overheid

Voor gemeenten en de overheid

Op deze pagina vindt u informatie over:

 

Nieuwe wet, nieuwe kansen

Met de nieuwe Wet Inburgering komt taalbevordering opnieuw bij gemeenten te liggen. Samen met de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), de Participatiewet en het landelijke beleid Tel mee met Taal wordt dat een forse taak. 2.5 miljoen volwassenen hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen.[1] En een groot gedeelte daarvan heeft ook slechte digitale vaardigheden.

Dit leidt tot meer werkloosheid, vaker financiële schulden, een slechtere gezondheid en hogere zorgkosten. En dat kost onze samenleving meer dan 1 miljard euro per jaar.[2] Laaggeletterden bevorderen daarnaast lezen en schrijven niet onder hun kinderen wat zorgt voor een generaties lange kloof tussen laag- en geletterd Nederland.

En terwijl wij bij beperkt Nederlands denken aan die Poolse migrant of Eritrese vluchteling, zijn zij slechts eenderde van onze doelgroep. Met name de laaggeletterden met een Nederlandse achtergrond hebben last van het taboe dat rust op niet kunnen lezen en schrijven. Ze zijn immers hier gewoon naar school geweest. En met de onbewuste gedachte dat goed Nederlands spreken gelijk staat aan intelligentie zorgen we voor zoveel schaamte en een laag zelfbeeld dat deze groep bijna nooit voor hulp aanklopt.

Als in 2020 inburgering opnieuw een taak voor de gemeente wordt is het dé kans om de taalaanpak drastisch te hervormen en zo in beide doelgroepen (NT1 en NT2) de taalbeperking terug te dringen.[3] U bouwt immers samenwerkingen en instituten op die direct voor beide groepen inzetbaar zijn. Door welzijnsorganisaties, onderwijsinstellingen en zelfs het bedrijfsleven in het nieuwe plan te betrekken kunnen we samen een zeer belangrijke doelstelling halen:

Zowel NT1 als NT2 helpen met alle basisvaardigheden om zodoende succesvol en duurzaam uit te stromen naar studie of werk en de druk op gemeente, UWV, zorg, welzijns- en financiële instanties te verlichten.

De makers van deze site hebben hierover een stuk geschreven dat een concreet stappenplan biedt aan gemeenten om aan de eisen van de nieuwe inburgeringswet te voldoen en gelijktijdig laaggeletterdheid onder al haar inwoners aan te pakken. Mocht u deze willen lezen, klikt u dan alstublieft hier. Als dit concept u aanspreekt en u wilt er meer over weten kunt u altijd contact opnemen via dit formulier. Wij geven zowel op individueel niveau advies als presentaties aan grotere groepen.

Via onderstaande link kunt u …

Bedrijfscommunicatie op B1

Eerder noemden we al het grote aantal mensen dat moeite heeft met lezen, schrijven en/of rekenvaardigheden. 2,5 miljoen mensen is een probleem die de gehele maatschappij aangaat. Eén oplossing hiervoor is het bieden van goed onderwijs via de Wet Inburgering en de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB). Andersom kunt u als organisatie echter ook de laaggeletterden tegemoet komen. 75 procent van onze bedrijfscommunicatie is namelijk op C1 niveau, maar slechts 15 procent van het Nederlandse volk heeft ook werkelijk dit leesniveau.[4] Dit zorgt ervoor dat we niet altijd goed aansluiten bij onze cliënten. Zij komen daardoor niet op voorgestelde afspraken, sturen geen of niet de juiste informatie terug en de beeldvorming over desbetreffende organen en instanties verslechterd. De oplossing hiervoor is dan ook om brieven te hertalen naar het gemiddelde leesniveau van Nederland. Wij kunnen hiervoor bij u langskomen voor training en advies. 

De Rijksoverheid is van dit belang al overtuigd:
https://www.communicatierijk.nl/vakkennis/r/rijkswebsites/aanbevolen-richtlijnen/taalniveau-b1

Ook Achmea is overstag. Hiervoor is een video te bekijken op:
https://vertrouwdcommuniceren.nl/

Via deze links is het mogelijk uw bestaande communicatie te controleren op het juiste woordgebruik. In hoeverre bent u al op de goede weg?
http://ishetb1.nl/
https://www.zoekeenvoudigewoorden.nl/index.php
https://www.lve.nl/loo-van-eck-klinkende-taal.html

Laaggeletterdheid onder uitkeringsgerechtigden

Sociale Dienst en UWV komen een groot aantal laaggeletterden tegen in de uitkering, zonder dit wellicht te weten. Laaggeletterden zijn namelijk 3x zo vaak afhankelijk van een uitkering als niet-laaggeletterden en voor de helft van de mensen met financiële problemen geldt dat zij waarschijnlijk ook moeite hebben met lezen en schrijven. Daarvoor is de pagina “voor doorverwijzers” interessant omdat het de druk op hen aanzienlijk kan verlichten.

Laaggeletterden die namelijk aan de slag gaan met hun taalbeperking maken ook op andere gebieden grote sprongen. Zo is 56 procent van de deelnemers assertiever geworden, heeft 21 procent een betaalde baan gevonden of promotie gemaakt in de huidige baan, is 32 procent op zoek gegaan naar betaald werk, is 24 procent  met vrijwilligerswerk gestart en is 14 procent gestart met een stage. Dat staat nog los van wat het doet met iemands fysieke en mentale gezondheid en sociaal netwerk wat de kosten voor de gezondheidzorg ook nog eens aanzienlijk vermindert. Zie voor meer cijfers: https://www.lezenenschrijven.nl/resultaten/

Stichting Lezen & Schrijven kan langskomen voor een training herkennen en doorverwijzen van laaggeletterden om deze groep in beeld te krijgen en ze de steun te geven die ze nodig hebben. Kijk voor meer informatie op https://www.lezenenschrijven.nl

Opbouw van een taalhuis

Om in een gemeente het informele en formele taalaanbod zo inzichtelijk mogelijk te maken en de toestroom van cliënten hier naartoe te vergroten kan het interessant zijn om een taalhuis op te bouwen in de gemeente.

Een taalhuis vergelijken we in de Drechtsteden met een paraplu. Er bevindt zich in een bepaald gebied verschillende organisaties die samenwerken om laaggeletterdheid aan te pakken.

Er is altijd een taalpunt. Deze kan u informeren over het taalaanbod bij u in de buurt en u adviseren over geschikt materiaal. Het is daarnaast vaak een plek waar u huiswerk kunt maken en zelfstandig kan werken met verschillende digitale programma`s.

Soms is er ook een taalcafé of taalinloop. Hier wordt laagdrempelig geoefend met spreekvaardigheid en komen onderwerpen uit het dagelijks leven aan bod. Dikwijls worden er vanuit het taalcafé ook excursies georganiseerd waarbij op een eenvoudig taalniveau informatie wordt gegeven over verschillende bezienswaardigheden en instanties in de stad.

Daarnaast zijn er taaloefengroepen waar door middel van enthousiaste vrijwilligers geoefend kan worden met taal-, reken- en/of digitale vaardigheden. Veelal gebeurt dit vanuit bibliotheken, welzijnsorganisaties of kerken. Aan een taalhuis verbinden zich dikwijls formele taalaanbieders en partners die taalvrijwilligers adviseren of trainingen geven over specifieke thema`s (gezondheid, financiën, etc.). 

Voor meer informatie over wat een taalhuis is, kijk op: http://www.taalhuis.nl/ Voor een sprekend voorbeeld van hoe een website voor een taalhuis eruit zou kunnen zien, kijk op: https://www.taalonderwijsdrechtsteden.nl/ Een taalhuis heeft daarnaast ook geschikt materiaal nodig maar niet altijd de middelen om dit aan te kunnen schaffen. Gelukkig biedt de Stichting Lezen & Schrijven hierin uitkomst. Kijk op https://www.lezenenschrijven.nl

[1] Algemene Rekenkamer, Aanpak van laaggeletterdheid, Den Haag 2016.
[2] PwC, Stichting Lezen & Schrijven, Rapport laaggeletterden lopen jaarlijks ruim half miljard aan inkomsten mis, Amsterdam 2018.
[3] W. Koolmees, ‘Kamerbrief hoofdlijnen veranderopgave inburgering’, 2 juli 2018. Deze brief is vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer verstuurd.
[4] K. Heij & W. Visser, Schrijven in eenvoudig Nederlands, Den Haag 2009.